Het is enigszins ongemerkt voorbij gegaan, maar het is twintig jaar geleden dat de USSR uit elkaar viel en de wereld een hele reeks nieuwe landen en net-nietlanden rijker werd. Sinds augustus vierden verschillende voormalig Sovjetrepublieken hun twintigjarige bestaan.
Terugkijkend lijkt het aardig te kloppen wat mijn toenmalige docenten aan het Oost-Europa Instituut van de Universiteit van Amsterdam in 1991 voorspelden: het gaat iets langer duren dan we denken voordat alles (weer) enigszins normaal is: waarschijnlijk tenminste een hele generatie.
De afgelopen twintig jaar doorliep de regio het traject van absolute chaos ((burger-)oorlogen, economische ineenstorting, armoedeval) naar voorzichtig herstel (stabilisatie, economische groei en groeiende middenklasse). Maar de regio bewoog zich ook van relatieve vrijheid en chaotische democratie, naar weer afnemende vrijheid en toenemende repressie.
De zuidelijke Kaukasus heeft verschillende crises doorgemaakt: burgeroorlogen, oorlogen om Nagorno Karabakh, Zuid-Ossetië en Abchazië (met als resultaat drie niet- of nauwelijks erkende landen) en volksopstanden in Georgië (geslaagd), Azerbeidzjan (mislukt) en Armenië (mislukt, maar nog niet helemaal gesmoord). Daar staat tegenover dat Azerbeidzjan zich zeer snel economisch aan het ontwikkelen is door haar olie- en gasinkomsten, Georgië zich als eerste land geheel op het Westen gericht heeft en daar nu economisch en politiek de vruchten van begint te plukken en Armenië zich ondanks de economische blokkade van Azerbaijan en Turkije eveneens uit de chaos en economische uitzichtloosheid ontworsteld heeft.
Anno 2011 is de balans dat het economische beter gaat dan in de jaren negentig, maar dat duurzame stabiliteit nog ver te zoeken is. De welvaart is zeer oneerlijk verdeeld waardoor er een grote kloof is tussen zeer arm en zeer rijk. De conflicten in de regio zijn op zijn best bevroren, op zijn slechtst licht ontvlambaar. De relaties met de buurlanden vaak ronduit slecht. De militaire uitgaven zijn hoger dan de uitgaven aan zorg of onderwijs. De politieke oppositie kan nauwelijks nog een vuist maken in de politieke systemen die gedomineerd worden door één heersende partij en civil society en onafhankelijke media zijn nog steeds zwak ontwikkeld en worden nog steeds actief tegengewerkt.
Europa is nog steeds een tandeloze tijger waarvan heel veel verwacht wordt, maar die geen serieuze moeite doet om de regio binnen haar normen- en waardeninvloedsfeer te brengen. Ook de Verenigde Staten lijken het steeds meer af te laten weten. De echte strijd om invloed in de regio gaat nu tussen Rusland (actief bezig de relaties met de voormalige Sovjetrepublieken te herstellen of te versterken), Turkije (ambieert een rol as regionale grootmacht) en Iran (probeert het internationale isolement te doorbreken).
We zijn nu ongeveer halverwege een generatie. Hoewel het nog steeds alle kanten op kan gaan in de Kaukasus, wijst er maar weinig op dat de regio zich een kant op beweegt die wij in het westen graag zouden zien. Ik ben benieuwd hoe de regio er over twintig jaar uitziet, maar ik ben niet optimistisch.






